Hoge Raad: belastingrente Vpb 2022–2023 houdt geen stand
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de procedure over de belastingrente in de vennootschapsbelasting, een zaak die al langer de aandacht trekt.
Achtergrond: uitspraak Rechtbank Noord-Nederland
De aanleiding ligt bij de uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland van 7 november 2024. De rechtbank oordeelde dat het destijds gehanteerde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting (8% in 2022 en 2023) in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Kort gezegd vond de rechtbank dat het tarief zijn doel voorbijschiet. Belastingrente is bedoeld om het rentenadeel van de Belastingdienst te compenseren, maar een minimum van 8% ging volgens de rechtbank verder dan nodig is en kan voor vennootschapsbelastingplichtigen (onnodig) zwaar uitpakken.
Sprongcassatie en conclusie Advocaat-Generaal
Tegen de uitspraak van de rechtbank is door de staatssecretaris sprongcassatie ingesteld, waardoor het oordeel direct aan de Hoge Raad was.
Voorafgaand aan het arrest van 16 januari 2026 heeft Advocaat-Generaal (A-G) Koopman in deze zaak geconcludeerd. Hij adviseerde de Hoge Raad dat de verhoging van de vennootschapsbelastingrente naar 8% onverbindend is, primair omdat de besluitgever daarmee volgens hem buiten de gedelegeerde regelbevoegdheid is getreden. Daarnaast vond hij dat het 8%-tarief inhoudelijk niet overtuigend is onderbouwd en de toets van het motiverings- en evenredigheidsbeginsel niet doorstaat. De A‑G adviseerde daarom het sprongcassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond te verklaren en heeft, als redelijke uitkomst in bredere zin, gewezen op aansluiting bij de wettelijke niet‑handelsrente.
Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de per 1 januari 2022 ingevoerde regel in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) waarmee de belastingrente voor de vennootschapsbelasting op minimaal 8% is gezet, onverbindend is. Volgens de Hoge Raad is deze selectieve verhoging, alleen voor vennootschapsbelastingplichtigen, in strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het verhoogde percentage van 8% dient vooral een budgettair belang. Omdat er geen overtuigende reden is om die extra last alleen bij vennootschapsbelastingplichtigen te leggen, is de maatregel onevenredig. Daarom moet de bepaling buiten toepassing blijven. In deze zaak betekent dat dat de belastingrente wordt berekend volgens het percentage van 4%.
Gevolgen voor massaal bezwaar belastingrente
Er is veel (massaal) bezwaar gemaakt tegen in rekening gebrachte belastingrente in de vennootschapsbelasting en andere belastingsoorten. Veel van die bezwaren zijn onder de massaalbezwaarprocedure gebracht, waardoor de uitkomst van deze cassatieprocedure de uitkomst van die bezwaarprocedures (tegen de rente in de vennootschapsbelasting) bepaalt.
Met dit arrest maakt de Hoge Raad duidelijk dat het rentepercentage vennootschapsbelasting voor 2022 en 2023 geen stand houdt. Binnen zes weken wordt ook de afhandeling van de massaalbezwaarprocedure door de Belastingdienst verwacht.
Wat betekent dit voor u?
Wilt u weten wat deze uitspraak voor uw situatie betekent? Neem dan contact op met onze collega’s Laura Ligthart, Melissa van Lier en Sophie van Noort. Wij helpen u graag verder.
Contact